| Home | | Letteropmaak | | Opmaakattributen |
We kunnen de lettergrootte aanpassen terwijl we tekst invoeren (typen), dan wordt de tekst die we van dan af invoeren opgemaakt met de geselecteerde lettergrootte. Een vaak gebruikte methode is om eerst de bedoelde tekst te selecteren en vervolgens een nieuwe lettergrootte te kiezen. We behandelen deze laatste manier.
We selecteren dus eerst de tekst waarvan we de lettergrootte willen veranderen:
In het lint Start zie je de groep Lettertype staan:
In de tweede lijn van de groep lettertype vinden we een aantal attributen terug. Dit zijn (behlave 1)wat men noemt toggle knoppen. Dit wil zeggen dat ze twee standen (aan en uit) hebben die elkaar afwisselen zoals een lichtschakelaar.
|
|
Vet (Ctrl + B) |
|
|
Cursief (Ctrl + I) |
|
|
Onderlijnd (Ctrl + U) |
|
|
Doorhalen (trekt een streep door het midden van de geselecteerde tekst) |
|
|
Subscript (Ctrl + =) (Kleine letters maken onder de basisregel van de tekst) |
|
|
Superscript (Ctrl + shift + +) (Kleine letters maken boven de basisregel van de tekst) Je gebruikt dit best niet voor voetnoten, daar bestaat een beter systeem voor (zie voetnoeten) |
|
Met deze knop kan je een aantal combinaties van hoofd en kleine letters kiezen (dit onafhankelijk of je tijdens de tekstinvoer de shift toets hebt ingehouden). |
|
Als we voor onze selectie Cursief aanzetten, en Alle letters op hoofdletters zetten, ziet onze lettertype groep er als volgt uit:
En de selectie als volgt:

Voorkennis